Judo

Elk volk, hoe ontwikkelt of primitief ook, heeft steeds een vorm van krachtuiting gekend, in functie van zijn leefsituatie diende deze krachtuiting als nut of noodzaak of anderzijds als ontspanning of vermaak. Judo, een moderne tweekampsport, heeft als voorloper de Japanse zelfverdedigingskunst of jujutsu gehad.

Jujutsu

Jujutsu is de verzamelnaam van verschillende gevechtstechnieken waarmee een ongewapende man een andere, al of niet gewapende tegenstrever, kon overwinnen. Jujutsu werd onderwezen in verschillende ryu’s (scholen) waar elke meester zijn eigen systeem onderwees van verdedigingstechnieken, die geregistreerd waren in desnho’s (handschriften).

Jigoro Kano

Jigoro Kano

De uitvinder van judo is Jigoro Kano. Hij studeerde filosofie, economie en politieke wetenschappen. Ten gevolge van zijn tengere lichaamsbouw ging hij het oude jujutsu bestuderen. Hij had in verhalen kennis gemaakt met het principe dat door gebruik van jujutsu het voor een zwakkere mogelijk was een sterkere te overwinnen. Een oude Japanse jujutsu-meester en vriend van de familie Kano bracht Jigoro Kano in contact met jujutsu. Na lang zoeken kreeg Jugoro onderricht van de meesters Hachinosuke Fukuda, Masatome Iso en van meester Tsunetoshi Iikubo. Deze drie meesters leerden Jigoro Kano de geheimen van hun scholen. Verder vervolmaakte hij zich nog door studie van geschriften van jutsu-scholen en ook door het bestuderen van buitenlandse werken over lichamelijke opvoeding. Daarna bouwde hij zelf een systeem op waarin ook veel aandacht werd besteed aan het geestelijk aspect.

In 1882 opende meester Kano zijn eigen school onder de naam Kodokan-judo, school tot het onderricht van de zachte weg. Met opzet had meester Kano jutsu niet gebruik maar veranderd in do, zo onderwees hij geen jujutsu maar wel judo. Ju is het principe, jutsu is de kunst en do is de weg. Na een moeilijke start en minachting van jutsu-scholen brak het Kodokan-judo door in 1886. Dat jaar richtte de hoofdstedelijke politie van Tokio een tornooi in. Hieraan namen 15 judoka’s van meester Kano en 15 jutsuja’s van meester Totsuka deel. Het werd een 13-0 overwinning voor de judoka’s.

In 1887 kwam de technische zijde van het judo tot zijn voltooiing, terwijl de spirituele fase zijn vervolmaking kreeg in 1922 met de twee spreuken: seiryoku-zen’yo, maximum resultaat en juta-kyoei, onderlinge weldaad. Meester Kano overleed op 4 mei 1938, zijn zoon volgde hem op.

Verder verloop

De filosofische ontwikkeling en de culturele vereniging van het Kodokan kwam in 1922 tot voltooiing. Een jaar later (1923) werd er gestart met het damesjudo en in 1930 werd een eerste judokampioenschap van Japan gehouden. In 1956 vond het eerste wereldkampioenschap plaats in Tokio. De Japanner Natsui werd wereldkampioen. De overwinning van de Nederlander A. Geesink in het derde wereldkampioenschap (Parijs 1961) gaf een enorme stuwing aan het judo in Europa. Op de Olympische Spelen van Tokio in 1964 kwam judo voor het eerst op het programma. Het eerste wereldkampioenschap voor dames werd in New York gehouden in 1980 en kreeg als wereldkampioene in de open klasse (alle gewichtenklasses bij elkaar) de Belgische Ingrid Berghmans. Sinds de jaren ’80 kent België verschillende topjudoka’s bij zowel de mannen als vrouwen. Dit gaf dan ook een grote stuwing aan het judo in België.

Hygiëne en leefregels

  • Men is tijdig op de training en tracht deze volledig mee te doen.
  • Als men de dojo(de zaal waar de mat ligt) binnenkomt zal men niet luidruchtig zijn, niet eten of drinken (met uitzondering van water, NIET op de tatami (mat)).
  • Men zal rechtstaand groeten als men op de mat komt of deze verlaat.
  • Beleefdheid is een noodzaak op de mat, nooit is men de oorzaak van ongenoegen.
  • Respect voor de hogere graden en hulpvaardig aan lagere graden is noodzakelijk.
  • Als men niet werkt, zorgt men dat de kledij in orde is, plaatst men zich in de juiste rusthouding en observeert men de collega’s. Praten op de mat moet vermeden worden.
  • Dient men de mat te verlaten, dan vraagt men eerst de toelating aan de trainer en aan de lesgever.
  • Uit respect voor de partner en zichzelf (judo is een contactsport) moet men het lichaam en de kledij zuiver en verzorgd houden. Er zorg voor dragen dat de kledij voldoet aan de eisen van het wedstrijdreglement. Onder de judogi dragen de heren geen andere kledij, de dames dragen een wit T-shirt onder hun judopak.
  • Nagels van handen en voeten zijn kort geknipt. Geen scherpe voorwerpen zoals ringen, oorbellen, armbanden worden gedragen. Dit alles om een partner niet te kwetsen.
  • Verwonding dient men onmiddellijk te verzorgen om besmetting en bevuilen van mat en partners te vermijden.

Moraalcode van het judo

  • Beleefdheid, het groeten is hier het symbool voor.
  • Moed, trachten te doen wat juist is.
  • Bescheidenheid, alles kunnen relativeren.
  • Vriendschap, dit wordt weergeven door het doel van het judo, gemeenschappelijk welzijn.
  • Zelfbeheersing, zich kunnen neerleggen bij een nederlaag of tegenslag.
  • Respect, met eender wie kunnen oefenen zonder iemand te kwetsen.
  • Oprechtheid, eerlijk voor zijn zaak uitkomen.
  • Eer, een gegeven woord blijft men trouw.

Bron: Initiator Judo van Vlaamse Trainersschool